Diagnose
De systeemrisico’s van deze tijd
Sinds de financiële crisis van 2008 zijn financiële markten steeds verder losgeraakt van de reële economie van productie en werkgelegenheid. Centrale banken kochten op grote schaal obligaties op en duwden zo de rentevoeten tot onder nul. Dat beleid voedde een schuldenexplosie bij bedrijven en overheden.
Via kwantitatieve versoepeling creëerden centrale banken de indruk van groei, maar die bleek vooral financieel van aard. Het nieuwe geld bereikte eerst de financiële markten, een Cantillon-effect waarbij wie het dichtst bij de bron zit het eerst profiteert. Zo stegen vooral aandelen en vastgoed fors, terwijl de reële koopkracht geleidelijk werd uitgehold door de voortdurende toename van de geldhoeveelheid.
Toen de rente vanaf 2022 steeg, remden bedrijven en gezinnen hun schuldopbouw af, maar de overheden niet. Centrale banken voerden een strakker beleid en bouwden hun balansen af, terwijl de overheden die rol overnamen via grotere begrotingstekorten. De artificiële stimulus verdween met andere woorden niet, hij verschoof van de monetaire naar de budgettaire zijde, met snel oplopende overheidsschulden tot gevolg.
Overheden kampen intussen met gigantische tekorten en stijgende rentelasten. De Amerikaanse staatsschuld, in 2008 nog rond 10 biljoen dollar, overschrijdt vandaag 39 biljoen, bijna een verviervoudiging in minder dan twee decennia, met een aangroei van zowat 3.000 miljard dollar alleen al in het afgelopen jaar.
De aanhoudende stimulus, of die nu van de centrale bank of van de overheid komt, houdt zwakke structuren overeind en verbergt wat er werkelijk schort: dalende rendabiliteit, inefficiëntie en met schulden beladen ondernemingen. Daardoor blijft het onderscheid tussen robuuste en kwetsbare ondernemingen aan de oppervlakte onzichtbaar.


